Levensverzekering en Succesieplanning

DE LEVENSVERZEKERING EN SUCCESSIEPLANNING.

Levensverzekeringen zijn zeer handige producten om op een fiscaal voordelige manier een vermogen ( gedeeltelijk) over te dragen.
Een overlijden zorgt voor emotionele drama’s maar tevens ook voor een financiële domper. De factuur van de successierechten kan een zwart gat in de voorziene nalatenschap slaan. Wie op een verstandige manier de verzekeringsnemer (=‘eigenaar’ van het contract), de verzekerde ( op ‘wiens hoofd’ is de verzekering afgesloten) en de begunstigde (=wie krijgt de centen?) invult bij een levensverzekering, kan merken dat heel wat successierechten vermeden worden.

Hoe wijs je best deze begunstigde aan?

Het is aan de verzekeringnemer om de begunstigde aan te wijzen.
Enkel de verzekeringnemer kan dit en ook hij alleen kan de begunstiging herroepen.

• Met naam: bijvoorbeeld Jan Janssen
• Generiek: bijvoorbeeld ‘de echtgenoot’
• Een combinatie van beide: bijvoorbeeld ‘de echtgenoot, Jan Janssen

Deze laatste mogelijkheid kan echter tot problemen leiden als de verzekeringsnemer zou scheiden en later zou hertrouwen met iemand anders. Begunstigde blijft de eerste echtgenoot indien de levensverzekering niet wordt aangepast.
Er kan ook een volgorde in de begunstiging ingebouwd worden: “ de echtgenoot en vervolgens de kinderen, … Ook kunnen meerdere begunstigden aangeduid worden in gelijke rang: bijvoorbeeld de echtgenote voor 50 procent en de kinderen samen ook voor 50%.

Levensverzekering blijft buiten de Nalatenschap,

Een levensverzekering valt buiten de nalatenschap. Daarom is een levensverzekering interessant in het kader van successieplanning.
Het beste voorbeeld hiervan is dat de begunstigde het kapitaal uit een levensverzekering kan aanvaarden en toch als erfgenaam een erfenis weigeren omdat die bijvoorbeeld te veel schulden bevat. Een levensverzekering is tevens gevrijwaard van uitvoerend beslag. Mogelijke schuldeisers kunnen niet raken aan het kapitaal in een levensverzekering.
Bekende voorbeelden van dergelijke levensverzekeringen zijn de koopsomformules zoals Crest van AXA ( levensverzekering Tak 21) .
Een overlijdensdekking is bij Crest niet noodzakelijk om van een levensverzekering te kunnen spreken, maar kan wel voorzien worden ( om andere redenen zoals vrijstelling roerende voorheffing, betalen van successie).
Toch gebruiken vele spaarders deze spaarformules om op een fiscaal voordelige manier een ( deel van het ) vermogen over te dragen.

Wens je hierover meer informatie, dan kan je best je verzekeringsmakelaar contacteren.

Impact van de begroting op de levensverzekeringen – beleggingsverzekering blijft buiten schot !

U zal begrijpen dat wij met argusogen uitkeken naar de 184 pagina’s van het regeerakkoord en begrotingsmaatregelen van Di Rupo I en in het bijzonder naar de impact ervan op de sector van de levensverzekeringen. Als wij deze regels schrijven, is de inkt van de regeringsteksten amper opgedroogd, wij maken dan ook voorbehoud van de uiteindelijke bevestiging door de regering.

Impact op fiscale polissen (3e pijler)

Fiscale aftrek van premies pensioensparen en langetermijnsparen! Tot op heden lag de belastingvermindering voor levensverzekeringspremies
pensioensparen en langetermijnsparen tussen de 30% en 40%. Deze vermindering zou standaard 30% gaan bedragen.
Belastingvermindering woonkredieten in het kader van de enige/eigen woning (woonbonus) en bouwsparen.
Ook de fiscale aftrek van interesten en kapitaalsaflossingen van woonkredieten en de gekoppelde schuldsaldoverzekering ontsnappen niet aan
de besparingsdrang van de regering. Deze vermindering zou standaard gebracht worden op 45%.

Impact op beleggingsverzekeringen (4e pijler)

Roerende voorheffing – toepassingsgebied. In de regeringsteksten zijn er geen wijzigingen voorzien in het toepassingsgebied en vrijstelling van roerende voorheffing voor tak 21 (spaarverzekering met gegarandeerd rendement) en tak 23-polissen (premies belegd in beleggingsfondsen
- kapitaal noch de rendementen zijn gegarandeerd) voor zover aan de volgende voorwaarden voldaan zijn:
- Uitkering voorzien bij overlijden - Of contracten met een duur van > 8 jaar - Of polissen met een overlijdensdekking van minstens 130%. Voor beleggingsverzekeringen die niet beantwoorden aan de voornoemde voorwaarden stijgt de roerende voorheffing naar 25 % (basistarief van 21% + 4% solidariteitsbijdrage). Er is wel een uitzondering! Op de eerste schijf van 20.000 euro roerend inkomen wordt het tarief van 21% toegepast. Het deel boven 20 000 eur wordt 25%.
Het globaal besluit is dat de beleggingsverzekering (tak 21 en tak 23) een fiscaal interessante belegging blijft.

Impact op bedrijfspensioenen (2e pijler)

Ook voor de bedrijfspensioenen (groepsverzekeringen) zijn er nieuwe maatregelen voorzien in het regeerakkoord. Premies die gestort worden i.k.v. verzekeringscontracten 2e pijler zullen voortaan maar fiscaal aftrekbaar zijn indien het aanvullend pensioen dat zij opleveren samen met het wettelijk pensioen niet hoger is dan het maximale ambtenarenpensioen. Dit bedraagt momenteel circa € 6 000 per maand. Anderzijds zullen sommige ‘voordelen van alle aard’ (firmawagen, firmawoning, elektriciteit, …) forfaitair hoger worden ingeschat, waardoor de maximale premie die i.k.v. de 80%-regel fiscaal kan worden ingebracht.
Eindbelasting aanvullende pensioen.
De belasting op de uitkeringen van groepsverzekeringen opgebouwd met werkgeversbijdragen wijzigt eveneens: 20 % bij uitekering op 60 jaar
- 18 % bij uitekering op 61 jaar - 16,5 % bij uitkering op 62 tot 64 jaar en 10 % bij uitkering op 65 jaar.
Belastingvermindering voor persoonlijke bijdragen gestort in een aanvullend pensioenplan.
Deze vermindering zou standaard 30 % gaan bedragen (in plaats van een vermindering aan de bijzondere gemiddelde aanslagvoet die tussen 30% en 40% kan bedragen).
Veralgemening van de 2e pensioenpijler of een 1e pijler bis
Belasting op wettelijke pensioenen Als langer-werken-stimulans is het mogelijk dat de belasting op wettelijke pensioenen wordt herzien.
Brugpensioenleeftijd Voor ondernemingen in moeilijkheden of herstructurering zou de minimumleeftijd gebracht worden op 55 jaar.
Leeftijd vervroegd pensioen zal geleidelijk gebracht worden op 62 jaar met de bijkomende voorwaarde dat de betrokkene een carrière van minstens 40 jaar heeft doorlopen. De overgangsregeling ziet er als volgt uit:

leeftijd vervroegd pensioen

Besluit

Onder voorbehoud kunnen we alvast een positieve boodschap onthouden:
Voor beleggingsverzekeringen wijzigt er niets m.b.t. het toepassingsgebied en de vrijstelling van roerende voorheffing, dit in tegenstelling tot andere beleggingsproducten.
Laat ons gerust weten indien u nog meer advies wenst. Wij zijn vrijblijvend ter beschikking.